dinsdag, januari 17, 2012

Te veel om op te noemen

Als je bij mijn moeder even wat langer in de huiskamer vertoeft, ik blijf het huiskamer noemen hoewel het steeds meer begint uit te zien als een wachtkamer van een ziekenhuis, en sommige verzorgenden het ook ijzerenheinig ‘zaal’ noemen, raak je zo in gesprek. Onbegrijpelijke gesprekken soms, maar soms ook verrassend helder. Soms eindeloze herhalingen, zoals de mevrouw die steeds vraagt of wij elkaar kennen. Ja, zeg ik tegenwoordig, u werkte op de afdeling voor kinderkleding. En dan is ze heel blij. Een andere mevrouw vraagt steeds of het buiten koud is, dat valt deze winter wel mee, vooralsnog. Ik zou willen dat ik haar op dat moment even mee naar buiten zou kunnen nemen, zodat ze het zelf kan voelen.
Vorige keer had ik zelf een vraag. Of de dames wel eens wat geks hadden gedaan in hun leven. Ik vroeg het aan twee dames die over het algemeen er niet al te gelukkig bij zitten. Ze begonnen spontaan te lachen. Te veel om op te noemen, zeiden ze allebei.
Je zou eigenlijk de zo minimaal gebruikt whiteboards moeten inzetten. Elke dag zo’n vraag en dan de antwoorden opschrijven. Om een boek over te maken.

dinsdag, januari 10, 2012

Altijd hetzelfde menu

Op de etage bij mijn moeder hangen twee grote whiteboards voor notities. Lange tijd werd een van de borden gebruikt om het menu te vermelden. Nu al minstens een paar maanden niet meer. Er staat nu dat er ’s middags warm eten is en ’s avonds broodmaaltijd met soep. Ik vroeg waarom. Omdat het menu niet meer wordt aangeleverd, zei een verzorgende.
Zaterdag mocht mijn moeder dit eten:

Ik ben inmiddels het station gepasseerd om me druk te maken over hoe het eruit ziet. Mijn moeder heeft haar ogen toch meestal dicht en de geur van het prakje is goed. Wat het was, kon de verzorgende me niet vertellen. Ze tilde - zelf ook nieuwsgierig - een deksel op van een van de ijzeren bakken in de kar waarmee het eten wordt binnengereden, jawel anno 2012!, en daar zaten schorseneren in. Schorsenerenstamp, suggereerde zij. Dat leek mij qua kleurstelling een beetje vreemd, maar verkoudheid verhinderde me om te proeven.
In het maandelijkse ‘instituuts’krantje, dat het menu van het restaurant bevat, zag ik snijbonenstamp staan. Dat zal het wel zijn geweest. Mijn moeder krijgt gemalen eten, daarvan staat zelfs niet in het krantje wat er in zit. Zij die veroordeeld zijn tot gemalen eten krijgen dag in dag uit : ‘gemalen vlees, gemalen groente’.

zaterdag, januari 07, 2012

mooi


Een vriend van mij maakt elke dag een portret van een kunstenaar die dan jarig is. Deze keer was het de surrealist Roland Topor. Ik keek even naar zijn werk en vond dit portret.Het heet: 'la demence-senile'. Ik heb de illustratie op deze site gevonden, daar kun je nog beter zien wat er allemaal in geschreven staat.

woensdag, december 28, 2011

Twee geloven rond het bed

Mijn moeder heeft een bijzondere kerst mogen meemaken. Op zaterdag kreeg ze van de pater van het verpleeghuis het sacrament van de zieken, de ziekenzalving. Mijn moeder is rooms-katholiek en was altijd een oprecht gelovig mens. Mijn zus in Spanje, die bij haar was, had het idee dat het sacrament der zieken misschien voor mijn moeder een gevoel van rust zou geven, dat ze makkelijker afscheid van het leven zou kunnen nemen. Het is een ritueel in de RK kerk voor mensen die zeer ziek zijn. Ik was er zelf niet bij, maar van mijn zus begreep ik dat het een mooi ritueel was.
Maandag was ik wel bij mijn moeder en we hadden afgesproken dat een van de vrouwen die mijn moeder verzorgd samen met haar vriendin zou komen met eten zodat we samen met mijn moeder de tweede kerstdag aan haar bed konden vieren. Het liep anders, want de vriendin had bedacht dat ze iets extra’s voor mijn moeder wilde doen.
Ze kwamen met een enorme tas binnen. Een van de dingen die ze had meegenomen was een oranje katoenen doek met mantra’s erop, ze legde die over het bed van mijn moeder. Voor het oranjegevoel, grapte haar vriendin.
Ze stak kaarsjes aan, een wierookstaafje, en liet mij een koperen drinkkom met water vullen. Ze verrichte allerlei handelingen die leken op de ziekenzalving, maar dan met water. Tenslotte haalde ze twee hele oude boekjes uit haar tas. Een was in het Sanskriet de ander in het Hindi. Beide had ze van haar oma gekregen toen ze uit India vertrok.
Ze legde ons uit wat ze ging doen. Ze zou beginnen met voorlezen van een verhaal over Hanuman, de apengod. Hij helpt angsten overwinnen. Als mijn moeder angst zou hebben voor de dood, zou hij haar daarbij helpen. Het tweede dat zij zou voorlezen, was het 18de en laatste hoofdstuk van de Bhagavad Gītā, dat handelt over de totale overgave. Als er iets was mijn moeder zou tegenhouden om over te gaan, dan zou dit laatste hoofdstuk haar daarbij helpen.
Het voorlezen begon. Mijn moeder liet het allemaal over zich heenkomen, en wij luisterden naar het voorlezen en af en toe kregen we een korte samenvatting of een vertaling. Het laatste hoofdstuk van de Gītā werd niet vertaald, dat was iets tussen Krishna en mijn moeder zo begreep ik. Na afloop ging de grote tas open en aten we heerlijke homemade byriani met kip en een bekertje yogurtdrank. Mijn moeder at alleen de rijst, wel anderhalf bord, en dronk de Ayran.
’s Avonds in bed bedacht ik me dat we wel heel veel hadden losgelaten op mijn moeder, dit weekend. Maar aan de andere kant, de rituelen van de verschillende religies lijken op elkaar. En de intenties zijn hetzelfde. En mijn moeder was niet iemand die andere religies afkeurde. Ik denk dat ze het mooi had gevonden als ze er met haar geest nog bij was geweest.

maandag, december 19, 2011

Kijken naar mijn moeder

Ik kijk naar mijn moeder. Ze heeft haar ogen vaak dicht, soms slaapt ze, soms niet. Als ze niet slaapt, wil ze wel eens zachtjes lachen alsof ze aan iets denkt dat leuk is. Soms zie ik ook een frons tussen haar wenkbrauwen en als ze dan haar benen beweegt wordt die frons sterker. Dan heeft ze pijn. Ik leg wel eens mijn hand op haar knie in de hoop dat ik de pijn daarmee wat kan verlichten.
Soms zie ik dat ze haar handen strekt, zoals je doet als je je uitrekt, maar zo ver kan ze haar armen niet meer strekken. Het is meer als een baby’tje dat wakker wordt. De bewegingen zijn minimaal maar wel intens.
Laatst zei iemand tegen mij dat mijn moeder zich misschien wel verveelde, zo de hele dag in bed. Die indruk heb ik niet. Het lijkt steeds meer op de fase van een pasgeboren baby. Nu ik het zo zie, snap ik die vergelijking beter. Vervelen pasgeboren baby’s zich wel eens? Dat weten we ook niet. Er is wel een groot verschil, baby’s huilen als ze honger hebben, dat doet mijn moeder niet.

maandag, december 12, 2011

UIt de gehandicaptenzorg

"Ik wil geen cliënt zijn, ik wil een persoon zijn.
Ik wil geen label zijn, ik wil een naam zijn.
Ik wil geen zorg, ik wil ondersteuning en hulp.
Ik wil niet geplaatst worden in een instituut, ik wil een thuis.
Ik wil geen dagprogramma, ik wil zinvolle productieve dingen doen.
Ik wil niet mijn hele leven lang geprogrammeerd worden, ik wil leren om dingen te doen die ik leuk vind en naar plaatsen gaan die ik leuk vind.
Ik wil plezier hebben, van het leven genieten en vrienden hebben.
Ik wil dezelfde kansen hebben als jullie allemaal. Ik wil gelukkig zijn."

Bovenstaande tekst komt natuurlijk niet uit de ouderenzorg, maar uit de gehandicaptenzorg. Ik vond het op internet.

maandag, december 05, 2011

Verjaardag

Vandaag was mijn moeder jarig, maar liefst 96 jaar. Een dag eerder, op 4 december hebben we het gevierd met een hele grote taart en met de mensen die het meest voor haar zorgen, samen met een van mijn broers en een van mijn zussen. Daarmee zat haar kamertje wel vol. Want mijn moeder lag er ook bij, in haar bed. Of ze er iets van mee kreeg? Ik denk het niet. Meestal als ze er iets van meekrijgt, mummelt ze mee, harder of zachter, afhankelijk van onze intonatie. Nu snurkte ze af en toe hard, en kreeg tussendoor ook nog een stukje taart, als ze wakker was. Het was een vreemde situatie. Mijn moeder in bed, ze kan niets meer, behalve zich eten en drinken laten geven. En wij zitten ernaast. En kijken.
Niemand kwam erop om ‘lang zal ze leven’ te zingen.

maandag, november 28, 2011

Goede voornemens

Ik had me het nog zo voorgenomen, maar ik vergat het natuurlijk weer. Ik heb me voorgenomen dat als ik mensen tegenkom met kritiek op de zorg in het verpleeghuis, mensen die dat uit eigen ervaring hebben meegemaakt, niet die het van horen zeggen hebben, om hen te vragen hoe zij het anders hadden gewild. Dat kan soms zo verhelderend zijn!
Maar deze keer ontmoette ik iemand die dertien jaar geleden te maken had gehad met het verpleeghuis van zijn moeder, die inmiddels is overleden. Dertien jaar geleden, en dan vol zitten met verhalen over wat daar allemaal gebeurde. Alsof het de dag van gisteren was.
Het ging over sterven, versterven om het duidelijker te zeggen. Hij was boos omdat het verpleeghuis die suggestie had gedaan, aan hem en zijn broer en zus. Zonder het zijn moeder te vragen, die daar best nog wel een antwoord op had. Nee, dat wou ze niet.
We kregen een discussie over hoe je dat onderwerp überhaupt te berde moet brengen, als professional, als instelling. Het lijkt erop dat je het dan gauw niet goed doet. Bij binnenkomst, zei iemand. Heel goed idee. Voor mijn moeder hebben dat ook gedaan, maar alleen één gesprekje bij binnenkomst is nooit voldoende. Eigenlijk moet je als professional de mogelijkheid scheppen voor familie om het erover te hebben, zei iemand. Dat betekent een relatie opbouwen met familie, en daar moeten verpleeghuisartsen dan ook de tijd en de kundigheid voor hebben. Maar dan heb je weer familie die zelf wellicht erg blij zou zijn als oma ermee ophoudt… vanwege de centen. Dan moet je als professional juist misschien weer een beetje remmen. Hoewel ik nog nooit een familielid ben tegengekomen die werkelijk zo dacht.
Maar goed, er zijn mogelijkheden. En familie moet er vooral zelf over beginnen, want professionals zijn bang dat ze de volgende dag in de krant staan met niet zo frisse associaties.
Terug naar de man die dertien jaar na dato nog steeds zo boos kon worden. Ik heb het hem niet gevraagd, hoe hij het anders had gewild. Als ik in zijn schoenen had gestaan? Ik hoop dat de professional mij had gevraagd hoe ik er tegenaan keek. En de tijd nam om daarna te luisteren.

maandag, november 21, 2011

Bedtijd

Een van de dingen waar ik me vaak over verwonder is het tijdstip dat de mensen op mijn moeders etage naar bed gaan. In het begin, toen mijn moeder er net woonde, zat ik regelmatig om een uur of acht samen met haar in de huiskamer met de andere bewoners. De televisie stond aan en iedereen kletste wat met elkaar. In mijn herinnering zat er minstens één verzorgende bij. Mijn moeder kreeg daar meestal niet veel van mee, denk ik, maar ze vond het wel gezellig. Ze knapte dan ook wel eens een uiltje tussendoor, maar dat was niet omdat ze zo vreselijk moe was. Gewoon een beetje doezelen. Haar etagegenoten waren wisselend in de mate van dementie, ik denk misschien wel wat helderder dan nu.
In de loop der jaren veranderde de bedtijd. Sommige bewoners hadden dat ook nodig, die zag je helemaal ‘kapot’ gaan. Bij mijn moeder kon ik dat bijvoorbeeld goed zien toen ze nog in haar rolstoel leefde. Andere bewoners zeiden gewoon dat ze naar bed wilden.
Maar goed. De bedtijd veranderde. En soms wel heel rigoureus. Dan is om zes uur de huiskamer leeg, of om zeven uur. Dat betekent dat mensen minstens twaalf uur in bed liggen, alleen.
Zijn de mensen nu eerder moe? Zwaarder dementerend en daarom eerder moet? Hebben ze meer behoefte om eerder naar bed te gaan? Wat mij vooral opvalt is dat het begin van de avond voor veel van mijn moeders medebewoners een onrustige tijd is. En dat er geen mensen zijn die daar iets aan kunnen doen omdat de betreffende verzorgende al mensen in bed aan het leggen is, of aan het poetsen is. Stel nu dat er ’s avonds twee verzorgenden zouden zijn, waarvan de een mensen naar bed brengt en de ander de tijd neemt om samen met die onrustige mensen te kletsen, een drankje in te schenken, een praatje te maken. Zou dat niet beter zijn?

maandag, november 07, 2011

Dat zouden meer managers moeten doen



De voorzitter van de raad van bestuur van Utrechtse ouderenzorgorganisatie AxionContinu, Lex Roseboom, bezocht al zijn zorglocaties, vorige om met zijn medewerkers een broodje te eten, en afgelopen zomer ging hij op de thee met bewoners, vrijwilligers en familie of verwanten. Wat een goed idee.

Hier is het boekje met gesprekken bewoners, familie en vrijwilligers te downloaden.


Google
WWW in deze weblog